16 Bijzonderheden van de kerk

(Door architect ir. L.W. Barneveld)  

Tekstvak:

Het is al vanaf 1992 dat de betrokkenheid van ons bureau bij de kerk in Westernieland dateert.
 Restauraties gaan niet zomaar; de eigenaren moeten zich duidelijk uitspreken over hun wensen met betrekking tot het gebouw en vooral overheden hebben een steeds langere periode nodig om subsidies aan restauraties toe te wijzen.
 Nu, in het najaar van 2002, is het eindelijk zover dat de restauratie gereed is. Een compleet verhaal is in dit korte bestek onmogelijk, maar aan enkele bijzonderheden wil ik hier wat aandacht besteden.


 16.1
De scheve toren? Ansichtkaart privébezit.

 Een kerk van zoveel eeuwen her heeft natuurlijk vele restauraties ondergaan. De laatste, nog bekende, was in de jaren zestig. Toen is onder andere de windvaan van de toren verdwenen en uit die periode dateert de grijze kleur van de banken. Het is de toren waar ik U op twee bijzonderheden zou willen wijzen.
 De scheve toren van Westernieland: hoezo, scheve toren? Ja, scheve toren, maar er is van alles aan gedaan om hem optisch recht te laten lijken. Aan de zuidzijde kunnen we wat beter zien hoe dat is gebeurd. De toren is in de loop van de tijd zozeer verzakt dat men behoefte had om dit te
 corrigeren. Daartoe zijn twee middelen aangewend: de westgevel is geheel vernieuwd te lood opgetrokken. Je kunt dit goed zien aan de ingang, die nog in de scheve stand verkeert. Verder is daar waar kerk en toren elkaar ontmoeten een stukadoorslaag aangebracht, op een manier die de toren recht laat lijken. Daar achter, dat was waar te nemen toen de stuclaag was verwijderd, is de schuine lijn van de top van de toren naar de voet van de kerk, Tekstvak:  waarneembaar. De horizontale voegen zijn natuurlijk ook schuin gezakt, maar dit is veel minder goed zichtbaar dan de lange lijn van top naar basis.

 

 Bij eerdere restauraties en misschien wel vanaf de bouwtijd, is aan de noordzijde van de toren een bijzonder detail in het voegwerk te zien. Dat men dit vroeger rommelig vond, mag blijken uit de dunne laag grijze cement die men over het voegwerk heeft aangebracht.

Een teken dat in verschillende perioden anders over de wenselijkheid van dit soort details werd gedacht.

 

16.2 Middeleeuws metselwerk(?) onder 'n dunne laag grijs cement. Foto privébezit.

 

Tekstvak:    Bij deze restauratie is besloten de dunne pleisterlaag er maar gewoon af te laten vriezen en het oude oppervlak te voorschijn te laten komen. Of het hier om herstelwerk ging, dan wel om origineel metselwerk, is niet direct aan te tonen. Het komt voor dat bij het voegen de resterende specie over de steen werd uitgesmeerd om een mooi glad oppervlak te krijgen. Men hoefde met deze techniek niet nog apart te voegen, het muurwerk werd hier sterker van en minder gevoelig voor weersinvloeden. Het komt ook voor dat vooral de zachte kloostermoppen zozeer worden aangetast dat de randen brokkelig worden en via een restauratie een beter aanzien wordt verkregen. Het voegwerk bestaat uit kalkmortel waarover een rode dodekop laag is aangebracht. De voegen zijn middels een kras dóór de pigmentlaag weer wit gemaakt.
 Gedurende het bouwproces geeft een oud gebouw vele geheimen prijs, waarvan er hier slechts twee zijn aangestipt

 

16.3 Kloostermoppen kunnen heel brokkelig worden. Foto privébezit.

GA NAAR INHOUDSOPGAVE

 

NAAR VOLGEND HOOFDSTUK