2 Westernielandstermaar

Wanneer we naar aanleiding van het vorige hoofdstuk Westernieland, land uit water een aantal kaarten bekijken waarop de waterlopen in De Marne goed in kaart gebracht zijn (bijvoorbeeld de kaart bij Het Reitdiepgebied, RegioProject Groningen, 1994), kan ons het volgende opvallen:

De voormalige Hunze (thans Reitdiep) is bij Groningen tot voorbij Garnwerd sterk gekanaliseerd. In het landschap zijn nog de vele oude, bij de kanalisering afgesneden, meanders op te merken. Van Schilligeham tot Roodehaan zijn een aantal sterke meanders gehandhaafd. Tot Zoutkamp is de rivier weer opnieuw rechter getrokken.

Bij Schouwerzijl splitst de voormalige Hunze zich in een noordelijke tak, de Kromme Raken, de oorspronkrelijke hoofdstroom en een westelijke tak, het Reitdiep.

Het laat zich denken, dat de bedding die de Kromme Raken volgt er eerder was dan de bredere westelijke stroom van het Reitdiep, omdat het Reitdiep( voorheen ‘Hunze’) tot bij Schouwerzijl juist in noordelijke richting loopt.

In “Het Reitdiepgebied”, een uitgave van het RegioProject Groningen (1994), lezen we daaromtrent dat in de periode 700 - 1000 n.C. vanuit de Lauwers­monding door inbraken tot diep landinwaarts, het veenpakket uit het huidige Lauwersmeergebied is weggeslagen, waarbij de Lauwerszee ontstond, erosie­geulen zijn gevormd en land is weggeslagen. Hierbij ontstond ook een kortsluiting tussen de Hunze en de Lauwers­monding, het huidige Reitdiep tussen Schouwen en Zoutkamp.

Door verbreding van de westelijke bedding van het Reitdiep zal de hoofdwaterstroom zich meer op Zoutkamp gericht hebben en kon de aanslibbing in het ten noorden van Schouwerzijl gelegen Marnegebied versneld Tekstvak:  plaatsvinden.

De Kromme Raken op haar beurt loopt via verschillende meanders en vertakkingen door tot Wierhuizen (in het noorden), Kloosterburen / Hornhuizen (in het noordwesten) en Westernieland (in het noordnoordoosten). Het is overigens zeer aannemelijk dat ook Ulrum en Leens aan voormalige vertakkingen van de Hunze zijn ontstaan.

 

Afb. 2.1 Kromme Raken c.q. Westernielandstermaar bij Den Oever

 

Het vloeiende verloop van de meanders van Schouwerzijl tot Westernieland geeft voldoende aanleiding tot de gedachte dat het Westernielandstermaar het restant is van de oorspronkelijke hoofdstroom van de Oude Hunze, waarvan wordt aangenomen dat de hoofdstroom bij Pieterburen/­/Westernieland in de zee uitkwam. Hiervoor pleit ook dat de laatste bedijking in 1350 bij Westernieland gelegd werd, doordat de noordelijke dijk bij Pieterburen (Oudedijk in Pieterburen) werd doorgetrokken naar de oostelijke dijk van Den Oever (in Eenrum) over Den Andel (Oudedijk in Den Andel) naar Warffum.

Als laatste telg van de landaanslibbingen mag Westernieland zich terecht “nieuwland noemen.

 

Het Westernieland­stermaar zet zich aan de andere zijde van de dijk uit 1350 (grotendeels afgegraven) voort als de Oude Riet. Het Tekstvak:   is een van de weinige voormalige buitendijkse afwateringen die, globaal gesproken, behouden zijn gebleven en in het landschap nog grotendeels teruggevonden kunnen worden, zij het dat de oorspronkelijk loop, die door het verloren geraakte Hiddingezijl liep, door een stukje ander traject is vervangen, terwijl de kolk van het Hiddingezijl helaas in de tweede helft van de 20ste eeuw is gedempt.

Vooral achter de boerderij(net buiten beeld linksboven) ten westen van de Noordpolderweg in Den Andel is nog een zeer fraai meanderend gedeelte te bewonderen. De Oude Riet eindigt vervolgens abrupt bij de nieuwe dijk uit 1718, die  na de doorbraak van 1717 1˝ km meer zeewaarts is gelegd.

 

Afb 2.2 Westernielandstermaar, haven  en meanders van de Oude Riet:   Tegenover de boerderij rechtsboven is, aan de andere kant van de weg, nog vaag het contour zichtbaar van de gedempte kolk waarin in 1520 n.C. het Hiddingezijl ten onder ging.(De donkere vlek links daarvan is een oude waterdobbe, waarvan er ook een aan de westelijke kant van het dorp,tegenover de kerk, bewaard is gebleven) (Detail van Luchtfoto 70-17678, richting West naar Oost, genomen omstreeks 1978)

 

De waterlopen zoals, die zich nu voordoen in het Marnegebied, zijn niet alle van geheel natuurlijke origine. Vele aftakkingen van de Kromme Raken vertonen een gekanaliseerde structuur. Een en ander komt doordat de waterlopen tot aan de Tweede Wereldoorlog dienst deden als verbindingsweg voor het goederentransport tussen Groningen en de provinciedorpen en dus geschikt moesten blijven voor beurtschepen met matige diepgang. Ook zijn er wel dwarsverbindingen gegraven, zoals het kanaal BafloMensingeweer en het Hunsingokanaal.

De vele vaarwegen hebben ertoe geleid dat er thans zowel in de gemeente De Marne, als in het gebied Ambt en verder oostwaarts tot in het oude stroomgebied van de Fivel (Fivelingo), een zeer vertakt marengebied(=natuurlijke stroomgangen op het Groninger Hogeland) is ontstaan.

Na het teloorgaan van de beurtschipperij dreigde op vele plaatsen de voormalige maren te worden gedempt. Gelukkig kwam daarna het recreatieve kanovaren op deze maren in zwang en verleende het opkomend toerisme een nieuwe economische basis aan het landschappelijke belang van behoud van de sporen uit de geschiedenis. Dat het “op de maren goed is om te kano­varen” heeft inmiddels menige recreant ontdekt. En mét de maren deelt hij met de autochtoon in de ervaring van een landschap waarin wijdsheid, vergankelijkheid en eeuwigheid samenvloeien tot verwondering.

GA NAAR INHOUDSOPGAVE

 

NAAR VOLGEND HOOFDSTUK