Actiecomité Behoud Woudweg e.o.

 

print deze pagina

Weidevogels in de Holierhoekse polder

 

“Midden-Delfland: Gruttoland” is de naam van een folder van vereniging Natuurmonumenten en agrarische natuurvereniging Vockestaert. Dat is ook iets om trots op te zijn.  Midden-Delfland wat ingeklemd ligt tussen de steden is ondanks die nabijheid één van de beste grutto gebieden in Nederland. De actie Nederland Gruttoland heeft de aandacht gevestigd op de benarde positie waarin verschillende weidevogels verkeren. De gruttostand in Nederland is in 10 jaar tijd gehalveerd tot nog maar 46.000 paar in 2000 volgens Vogelbescherming Nederland. Langs de Holyweg en Woudweg zijn in het voorjaar vele grutto’s te zien die buitelend door de lucht, hun eigen naam roepend hier hun jongen proberen groot te brengen. Naast de grutto’s zijn uiteraard ook kievieten, en scholeksters nog talrijk aanwezig en de tureluur is ook regelmatig waar te nemen. Deze tureluur is nog zeldzamer dan de grutto, men schatte in 2000 het aantal tureluurs op tussen de 20.000 en 25.000 paar.

Vele recreanten zie je dan ook gewapend met fototoestel of verrekijker lopen op zoek naar deze prachtige vogels. Zowel de grutto als de tureluur komen voor op de rode lijst van bedreigde soorten.

 

 

 

De plannen die er bestaan voor de aanleg van nog meer bospercelen zorgt voor een ernstige bedreiging voor het voortbestaan van de weidevogels. Deskundigen zeggen dat iedere nieuwe boom in een open landschap de biotoop van de weidevogels aantast. Het gebied kan van nature al niet als kaal worden gekwalificeerd met de vele bomen rond de boerderijen, de hier nog talrijk aanwezige geriefbosjes en de vele knotwilgen langs de wegen en sloten maar is blijkbaar toch goed geschikt voor weidevogels. Percelen bos zullen echter o.a. kraaiachtigen aantrekken en een ideale leefomgeving vormen voor de vos. Beide diersoorten staan erom bekend dat ze weidevogelnesten leegroven. De eieren en kuikens lopen gevaar te worden opgegeten. Natuur in Nederland is altijd een wankele afweging, er moeten keuzes gemaakt worden. Als een gebied bekend staat om zijn vele weidevogels dan ben je eigenlijk verplicht om bij ruimtelijke plannen daar rekening mee te houden. De aanleg van nog meer bomen zou daarom eigenlijk niet door moeten gaan langs de Woudweg en de Holyweg. Behalve de aanplant van wat knotwilgen moet het gebied zo open mogelijk worden gehouden.

 

 

 

Het was dit jaar in Midden-Delfland een slecht weidevogeljaar. Door predatie van kraaiachtigen en vossen zijn vele eieren gesneuveld. Ook in de Holierhoekse polder kon je zien dat de weidevogels het moeilijk hadden. Groepen kraaien in luchtgevecht met groepen kievieten die hun nesten probeerden te beschermen waren regelmatig waar te nemen. Kraaien horen hier ook thuis maar het verbeteren van de leefomgeving voor de kraaien door aanleg van bos heeft desastreuze gevolgen voor de weidevogels. Het is noodzakelijk om te zorgen voor grote stukken land zonder kriskras paden er door heen. Situeer de paden zodanig dat de recreanten ook in de toekomst kunnen genieten van de aanwezigheid van weidevogels. In de directe omgeving van paden en bos zullen weidevogels geen nesten meer maken. Maak er geen mozaïek landschap van met hier en daar een pluk bos en een overdaad aan paden maar pas de plannen aan op het behouden van de huidige natuurwaarden. Het enige goede mozaïek in een weidelandschap is het mozaïekbeheer van de boeren die aan weidevogelbeheer doen.

 

Actiecomité Behoud Woudweg e.o. (ABW) heeft de inrichtingsvariant van DLG en van ABW voorgelegd aan SOVON Vogelonderzoek Nederland en kreeg het volgende antwoord:

 

Natuurlijk is het zo dat meer bos leidt tot minder weidevogels want in bomen kunnen weidevogels niet nestelen. Daarnaast hebben bomen en bos(jes) ook nog een uitstralingseffect waardoor in een buffer rondom een boom of bos(je) weidevogels niet broeden. Dit effect doet zich ook voor bij wegen of bebouwing. Aanplant van bos leidt dus tot meer areaalverlies voor de weidevogels, dan alleen maar het oppervlak bos. Mede daardoor gaat er uiteindelijk minder areaal voor de weidevogels verloren als het totaal oppervlak boomaanplant in één bos wordt geplant en nog beter is het als dat gebeurt langs de rand van stedelijke bebouwing. In dat geval komt het bos te staan in het uitstralingsgebied van de bebouwing en gaat er nog minder broedgebied voor de weidevogels verloren.

 

SOVON Vogelonderzoek Nederland
afdeling Onderzoek en Advies

 

Voor het behoud van de nu nog talrijk aanwezige kwetsbare weidevogels in de Woudweg en omgeving is de inrichting die het ABW voorstaat de beste oplossing.

 

Foto’s Paul Meuldijk en Kees Moerman

Augustus 2005